Schrijven van een fantasy verhaal – 2

De honderden fantasy boeken, die ik heb gelezen, hebben allemaal meer dan een verhaallijn, maar bijna altijd een hoofdpersoon. Soms is dat direct duidelijk omdat het verhaal in de “ik” vorm is geschreven, maar de meeste schrijvers gebruiken de derde persoon. Dan is dat moeilijker te ontdekken omdat er in elke verhaallijn iemand het perspectief heeft. Houd er rekening mee, dat je het aantal perspectieven moet beperken. Als je vier verhaallijnen hebt (in de trilogie), dan zijn vier perspectieven geen probleem. Hoeveel verhaallijnen in je verhaal voorkomen, bepaal jezelf. Ik wil daar wat dieper op ingaan. 

 

Het probleem met verhaallijnen is dat de lezer voortdurend terug moet schakelen. Een fantasy verhaal is het Goede tegen het Kwade en er zijn misschien legio scenes met heel veel personen die in je verhaal een rol spelen. Veel fantasy verhalen spelen zich af in meerdere landen waar verschillende volkeren wonen. Als je acht verhaallijnen hebt, die in het laatste deel van de trilogie steeds dichter bij elkaar zullen komen, heb je waarschijnlijk ook acht perspectieven. Dat is echt het maximum. Vier perspectieven zijn voor een lezer gemakkelijker te volgen dan acht. 

 

In fantasy verhalen komt altijd magie voor, maar je kunt er niet eindeloos op los fantaseren. Lezers vinden het niet fijn als “out of the blue” iemand ineens iets kan, simpelweg omdat het onlogisch is, te gemakkelijk. Als er een probleem is, dan is er floep, ineens, precies op het goede moment, een geweldige oplossing. Zo werkt het gewone leven niet en zo moet magie dus ook niet werken. Bijvoorbeeld: een persoon in je verhaal is opeens een magische boogschutter waarbij elke pijl doel treft. De lezer zal zich terecht afvragen waar die magie plotseling vandaan komt. Je moet daar een verklaring voor geven. Hij of zij heeft de Magie van een god gekregen. Prima, maar hoe? Heeft die god hem die boog en de pijlen gegeven? Zou kunnen. Dus die god is in staat om aan iemand te verschijnen en hem of haar iets stoffelijks te geven. Dat moet je dan wel in het hele verhaal, dat drie boeken beslaat, zo laten. Geldt dat ook voor andere goden? Kunnen zij ook iets aan een sterveling geven? Of die niet? Waarom niet?

 

Ik wil met het bovenstaande voorbeeld aangeven, dat je fantasy niet te ver moet doorvoeren en alles om een, vaak korte, verklaring vraagt. En je moet echt consequent zijn. Als iemand in het eerste deel een buitengewoon goede zwaardvechter is, zal hij dat in het laatste deel van de trilogie nog steeds zijn of er moet iets zijn gebeurd waarbij je aangeeft hoe en waarom die persoon dat niet meer is. Dat is heel goed mogelijk. Ik kom terug op wat ik eerder schreef: alles heeft een verklaring nodig of het moet voor de lezer duidelijk zijn waarom er een verandering is opgetreden. Dat kun je n soms met een enkel zinnetje toelichten waarbij je ervan uitgaat dat de lezer de rest zelf kan invullen en verdere uitleg niet nodig is.

 

Volgende keer de laatste aflevering.

 

Rolf